16, 20, 25 of 32 mm: welke maat meerlagenbuis heb je nodig? Het is een van de eerste vragen die je tegenkomt als je een waterleiding of cv-leiding gaat leggen. En het eerlijke antwoord is: dat hangt af van hoeveel water er tegelijk over die leiding moet, en hoe lang de leiding is.
Een vuistregel die voor elke woning klopt, bestaat niet. Wat we wel doen: we laten je met de cijfers van Uponor zien wat het verschil tussen de maten is, waarom de aanvoerleiding en de aftakkingen niet even dik hoeven te zijn, en welke onderdelen je nodig hebt om van de ene maat naar de andere te gaan.
De vier maten naast elkaar
De maat van een meerlagenbuis bestaat uit twee getallen: de buitendiameter en de wanddikte. Voor het water telt eigenlijk alleen wat er binnenin overblijft. Voor de Uponor maten ziet dat er zo uit:
- 16 x 2,0 mm: binnendiameter 12 mm, 0,11 liter per meter
- 20 x 2,25 mm: binnendiameter 15,5 mm, 0,19 liter per meter
- 25 x 2,5 mm: binnendiameter 20 mm, 0,31 liter per meter
- 32 x 3,0 mm: binnendiameter 26 mm, 0,53 liter per meter
Je ziet het meteen: van 16 naar 20 mm is aan de buitenkant maar 4 mm verschil, maar er past ruim 1,7 keer zoveel water in. Van 20 naar 25 mm is het weer ruim 1,6 keer zoveel.
Waarom die binnendiameter zoveel uitmaakt
Water dat door een buis stroomt, verliest onderweg druk. Hoe smaller de buis, hoe sneller het water moet stromen om dezelfde hoeveelheid te leveren, en hoe meer druk je kwijtraakt per meter. Uponor publiceert daar tabellen voor. Dit zijn de cijfers voor koud water (10°C) bij twee verschillende hoeveelheden:
Bij 0,10 liter per seconde (6 liter per minuut)
- 16 mm: 0,88 m/s, drukverlies 10,6 mbar per meter
- 20 mm: 0,53 m/s, drukverlies 3,2 mbar per meter
- 25 mm: 0,32 m/s, drukverlies 0,95 mbar per meter
Bij 0,20 liter per seconde (12 liter per minuut)
- 16 mm: 1,77 m/s, drukverlies 35,5 mbar per meter
- 20 mm: 1,06 m/s, drukverlies 10,5 mbar per meter
- 25 mm: 0,64 m/s, drukverlies 3,15 mbar per meter
- 32 mm: 0,38 m/s, drukverlies 0,91 mbar per meter
Twee dingen vallen op. Ten eerste: als je de hoeveelheid water verdubbelt, wordt het drukverlies meer dan drie keer zo groot. Ten tweede: één maat dikker scheelt telkens ongeveer een factor drie.
Een rekenvoorbeeld. Je legt een leiding van 15 meter waar 12 liter per minuut doorheen moet:
- In 16 mm: 15 x 35,5 = 532 mbar, dus ruim 0,5 bar drukverlies.
- In 20 mm: 15 x 10,5 = 158 mbar, dus ongeveer 0,16 bar.
- In 25 mm: 15 x 3,15 = 47 mbar, dus ongeveer 0,05 bar.
Je moet wel bedenken dat dit alleen de rechte buis is. Elke knie, T-stuk en muurplaat kost ook nog druk. En de druk die overblijft aan het eind, is de druk waarmee je douche of kraan het moet doen. Hoeveel water een tappunt nodig heeft en hoeveel drukverlies acceptabel is, staat in de normen. Dat is precies de berekening die je installateur maakt.
Aanvoerleiding versus aftakkingen
Dit is het belangrijkste inzicht als je een leidingnet tekent. Niet elke meter leiding hoeft even dik te zijn, omdat niet elke meter even veel water hoeft te vervoeren.
- De aanvoerleiding (de hoofdleiding vanaf de watermeter of de boiler) moet water leveren aan alles wat erachter hangt. Staan de douche en de keukenkraan tegelijk open, dan gaat dat allebei door dit stuk.
- Een aftakking naar één tappunt hoeft alleen dat ene tappunt te voeden.
Daarom hoeft een aftakking niet dezelfde maat te hebben als de aanvoer, en daarom bestaan er verloopstukken: de leiding kan dunner worden naarmate er minder tappunten achter zitten. Of dat bij jou zo is, hoeveel dikker de aanvoer moet zijn en tot waar, hangt af van het aantal tappunten, wat er tegelijk open staat en de lengte van de leiding. Dat is geen vaste regel, dat is rekenwerk.
Van de ene maat naar de andere
Om van dik naar dun te gaan, gebruik je verloopstukken uit de S-Press PLUS serie:
- Het verlopend T-stuk. Hiermee loop je door in de dikke maat en tak je af in een dunnere maat. Het S-Press PLUS T-stuk verlopend is er in twaalf combinaties, van 16 x 20 x 16 tot 32 x 25 x 32 mm. Kies de combinatie in de variantkeuze en check goed welke aansluiting de aftakking is.
- De rechte verloopkoppeling. Hiermee ga je in een rechte lijn een maat omlaag of omhoog. De S-Press PLUS rechte verloopkoppeling heb je in 16-20, 25-16, 25-20, 32-20 en 32-25 mm.
- Het gewone T-stuk. Moeten alle drie de aansluitingen even groot zijn, dan neem je het S-Press PLUS T-stuk in 16, 20, 25 of 32 mm.
Liter per meter: waarom te dik ook niet handig is
Dan denk je misschien: ik neem gewoon overal de dikste buis, dan zit ik altijd goed. Zo simpel is het niet. Een dikke buis bevat meer water, en bij een warmwaterleiding moet al dat water eerst doorstromen voordat er warm water uit de kraan komt.
Een voorbeeld met 10 meter warmwaterleiding naar de keuken:
- In 16 mm staat er 1,1 liter water in de leiding.
- In 20 mm is dat 1,9 liter.
- In 25 mm al 3,1 liter.
Dat water loopt eerst weg voordat het warm wordt. Dus: zo dik als nodig, niet dikker.
En bij een cv-leiding?
Bij een cv-leiding draait het om vermogen: hoeveel warmte moet er door de leiding naar de radiatoren. Uponor geeft daar ook een tabel voor, voor een cv-installatie met 80°C aanvoer en 60°C retour. Een paar cijfers daaruit:
- 2.000 W door 16 mm: 0,22 m/s, drukverlies 67 Pa per meter.
- 5.000 W door 16 mm: 0,54 m/s, drukverlies 329 Pa per meter.
- 5.000 W door 20 mm: 0,32 m/s, drukverlies 98 Pa per meter.
- 10.000 W door 20 mm: 0,65 m/s, drukverlies 329 Pa per meter.
- 10.000 W door 25 mm: 0,39 m/s, drukverlies 98 Pa per meter.
Zie je het patroon? 5.000 W door 16 mm geeft hetzelfde drukverlies als 10.000 W door 20 mm. Een leiding die meerdere radiatoren voedt, vervoert meer vermogen dan de aansluiting naar één radiator. Ook hier geldt: welke maat precies nodig is, hangt af van de pomp, de lengte en het vermogen per radiator.
Vervang je koper?
Vervang je een stuk koperen leiding door meerlagenbuis, dan moet je ergens van koper naar Uponor. Dat doe je met de S-Press PLUS overgangskoppeling. Die is er in deze combinaties: 16 x 15, 20 x 15, 20 x 22, 25 x 22, 25 x 28 en 32 x 28 mm (meerlagenbuis x koper). Meer over de verschillen tussen beide materialen lees je in het verschil tussen oude koperinstallaties en nieuwe meerlagenoplossingen.
Wie rekent het uit?
Voor drinkwaterinstallaties in Nederland gelden de eisen uit NEN 1006. Die eisen zijn vrij algemeen geschreven. De uitwerking voor de praktijk staat in de Waterwerkbladen. Daarin staat onder andere hoe je een installatie aanlegt.
Leg je een complete nieuwe installatie aan, of twijfel je over de aanvoerleiding? Laat dan je installateur rekenen. Die kijkt naar het aantal tappunten, wat er tegelijk open staat, de lengte van de leidingen en de druk die bij jou binnenkomt. Met die uitkomst bestel je daarna gewoon zelf het materiaal.
Wat je nodig hebt
Weet je welke maten je nodig hebt? Dan heb je dit nodig, telkens in dezelfde maat als je buis:
- De buis: Uni Pipe PLUS 16 mm, 20 mm, 25 mm of 32 mm.
- Verloopstukken: verlopend T-stuk en rechte verloopkoppeling waar de maat verandert.
- Overige fittingen uit de Uponor koppelingen: knieën, koppelingen, muurplaten.
- Persbekken met U-profiel in elke maat die je gebruikt. Gebruik je 20 mm en 16 mm, dan heb je dus twee persbekken nodig.
- Een binnen-buigveer en klikzadels, ook per maat.
Juist dat laatste vergeten mensen: elke extra maat in je installatie betekent ook extra gereedschap. Met vier verschillende maten in één klus wordt je gereedschapskist snel duur.
Veelgestelde vragen over de maat van meerlagenbuis
Is 16 of 20 mm meerlagenbuis beter?
Geen van beide is beter, het hangt af van hoeveel water er over de leiding moet. In 20 mm past ruim 1,7 keer zoveel water als in 16 mm, en bij dezelfde hoeveelheid water is het drukverlies per meter ongeveer drie keer zo laag.
Wat is de binnendiameter van 16 mm meerlagenbuis?
Bij Uponor 16 x 2,0 mm is de binnendiameter 12 mm. Bij 20 x 2,25 mm is dat 15,5 mm.
Hoe ga ik van 20 naar 16 mm?
Met een rechte verloopkoppeling 16-20 als je in een rechte lijn verloopt, of met een verlopend T-stuk als je aftakt.