Waterleidingen leggen lijkt eenvoudig, maar vergissingen kosten je veel tijd en geld. De meeste problemen ontstaan door verkeerd materiaal, slordige verbindingen of onderschatting van waterdruk. Veel doe-het-zelvers vergeten bijvoorbeeld leidingen te ontbramen, gebruiken verkeerde fittingen of slaan de dichtheidstest over - met lekkages als gevolg.
Het leggen van waterleidingen is een klus die veel doe-het-zelvers zelf durven aan te pakken. Logisch, want met de juiste aanpak en materialen kun je flink besparen op installateurkosten. Toch gaat er regelmatig van alles mis. Lekkages, lage waterdruk of zelfs waterschade zijn het gevolg van fouten die je makkelijk had kunnen voorkomen.
In dit artikel bespreken we de tien meest gemaakte fouten bij het leggen van waterleidingen. Van verkeerde materiaalkeuzes tot slordig montagewerk - je leest wat er misgaat en hoe je het voorkomt. Na het lezen weet je precis waar je op moet letten, zodat je installatie in één keer goed zit.
Fout 1: Verkeerd leidingmateriaal kiezen
Een van de meest voorkomende fouten is het gebruik van het verkeerde type leiding. Niet elk materiaal is geschikt voor elke toepassing. Wie bijvoorbeeld gewone PVC-buis gebruikt voor warm water, krijgt problemen. PVC is namelijk niet bestand tegen hogere temperaturen en kan vervormen of zelfs barsten.
Voor warm water is PEX-leiding of meerlagenbuis de juiste keuze. Deze materialen zijn specifiek ontwikkeld om hogere temperaturen aan te kunnen zonder hun vorm te verliezen. Voor koud water kun je vaak wel met standaard PE-buizen werken, maar check altijd de specificaties.
Let ook op de drukclassificatie. Een leiding moet bestand zijn tegen de waterdruk in je installatie. Voor de meeste huishoudelijke toepassingen is PN10 voldoende, maar bij hogere druk heb je PN16 nodig. Koop je bijvoorbeeld Uponor Uni Pipe Plus, dan zie je de drukclassificatie bij de productspecificaties staan.
Fout 2: Leiding niet ontbramen na het snijden
Je snijdt een stuk leiding af met een buizensnijder en denkt klaar te zijn. Maar binnenin zit nu een scherpe rand - een braam - die voor problemen zorgt. Die braam vermindert niet alleen de doorstroming, maar kan ook je fittingen beschadigen of zelfs lekkages veroorzaken.
Ontbramen is geen optionele luxe, het hoort bij de standaardprocedure. Met een ontbramer haal je de braam in een paar seconden weg. Veel ontbramers zijn gecombineerd met een kalibrator, waarmee je de leiding ook meteen weer netjes rond maakt na het snijden.
Sla deze stap nooit over, ook niet als je haast hebt. Een braam lijkt onschuldig, maar kan op termijn tot ernstige problemen leiden. Vooral bij persfittingen is een schone, rechte snede essentieel voor een goede afdichting.
Fout 3: Leidingen te strak of te krap buigen
Een leiding buigen zonder hulpmiddelen is vragen om problemen. Buig je te scherp, dan knik je de leiding en verstop je de doorstroming. Dat resulteert in lage waterdruk of zelfs complete blokkering. Buig je te voorzichtig, dan past de installatie niet goed en moet je opnieuw beginnen.
Voor het buigen van PEX-buizen gebruik je buigveren. Die schuif je over of in de leiding, afhankelijk van het type. De veer zorgt ervoor dat de leiding gelijkmatig buigt zonder te knikken. Elke diameter heeft zijn eigen buigveer, dus zorg dat je de juiste maat hebt. Voor 16 mm heb je buigveren van 16 mm nodig, voor 32 mm gebruik je buigveren van 32 mm.
Respecteer ook de minimale buigstraal die de fabrikant aangeeft. Die staat meestal op de verpakking of in de technische documentatie. Ga je daaronder, dan beschadig je de leiding intern en wordt het een zwakke plek in je installatie.
Fout 4: Fittingen verkeerd monteren of aandraaien
Bij schroefdraadverbindingen draai je de fitting te strak aan in de overtuiging dat het dan beter dicht zit. Het tegenovergestelde is waar. Overdraai je een fitting, dan beschadig je de schroefdraad of de afdichting. Het resultaat is juist een lekkage.
Gebruik altijd teflon tape of hennepdraad bij schroefdraadverbindingen. Wind de tape in de richting van de schroefdraad, niet ertegen in. Draai vervolgens de fitting handvast aan en geef daarna met een tang nog maximaal anderhalf tot twee slagen extra. Meer is niet nodig en kan schade veroorzaken.
Bij persfittingen is het andersom een probleem. Vergeet je te persen of doe je het met het verkeerde gereedschap, dan lijkt de verbinding op het oog goed maar zit er geen afdichting. Gebruik altijd het juiste persgereedschap met de bijbehorende bekken voor jouw fitting-systeem. Wavin Tigris M5 werkt bijvoorbeeld met specifieke M-profielbekken.
Beste keuze: Uponor S-Press Plus persfittingen
Voor betrouwbare persverbindingen zijn de Uponor S-Press Plus persfittingen een uitstekende keuze. Deze fittingen zijn eenvoudig te herkennen aan hun rode pressleeves en werken met alle gangbare perstangen met TH-profiel. Ze zijn compatibel met Uponor Uni Pipe Plus en andere PE-Xb/Al/PE-Xb meerlagenbuizen. Het grote voordeel is de betrouwbaarheid: je hoort en voelt duidelijk wanneer de pers compleet is.
Fout 5: Geen rekening houden met uitzetting
Water zet uit bij verwarming en krimpt bij afkoeling. Leg je een lange rechte leiding zonder rekening te houden met uitzetting, dan ontstaat er spanning op de verbindingen. Die spanning leidt op termijn tot lekkages of zelfs losschietende koppelingen.
Bij langere stukken warme waterleiding moet je compensatiebochten of expansielussen inbouwen. Dat zijn simpelweg extra bochten in het tracé die de uitzetting kunnen opvangen. Voor korte stukken is dit meestal niet nodig, maar bij leidingen langer dan vijf meter moet je er zeker aan denken.
Ook de bevestiging speelt een rol. Gebruik geen starre klemmen die de leiding helemaal vastklemmen, maar laat wat speling. Bij meerlagenbuis is dit minder kritisch dan bij volledig kunststof leidingen, maar negeer het niet.
Fout 6: Leidingen niet goed bevestigen
Een waterleiding die losjes door je kruipruimte of tegen je muur hangt, is een tijdbom. Waterdruk zorgt voor vibraties en beweging. Zonder goede bevestiging gaan verbindingen na verloop van tijd lekken of breken de leidingen bij de koppelingen.
Gebruik geschikte leidingbevestiging zoals klemzadels of beugels. De afstand tussen bevestigingspunten hangt af van het leidingmateriaal en de diameter, maar als vuistregel houd je maximaal één meter aan. Bij verticale leidingen vaak iets minder.
Let er ook op dat je de leiding niet te strak vastzet. Je wilt beweging voorkomen, maar wel wat speling laten voor de eerder genoemde uitzetting. Bij metalen leidingen moet je ook rekening houden met galvanische corrosie als je verschillende metalen combineert - gebruik dan isolerende bevestigingsmateriaal.
Fout 7: De dichtheidstest overslaan
Dit is misschien wel de grootste fout die doe-het-zelvers maken. Je bent klaar met de installatie, draait de hoofdkraan open en hoopt dat alles dicht is. Als er ergens een lek zit, ontdek je dat pas als de schade al is aangericht - vaak achter wandbekleding of onder een vloer waar je niet bij kunt.
Een dichtheidstest is geen overbodige luxe. Sluit alle aftappunten, zet de installatie onder druk en laat hem minimaal een uur staan. Controleer daarna of de druk is gedaald. Zakt de druk, dan heb je ergens een lek dat je moet opsporen en repareren.
Voor het testen heb je afperspluggen nodig om de uiteinden van je leidingwerk af te sluiten. Monteer die tijdelijk met geschikte koppelingen en sluit een drukmeter aan. Test op een druk die hoger is dan de werkdruk - vaak 1,5 keer de nominale druk. Veel systeemaanbieders schrijven zelfs voor wat de testdruk moet zijn.
Fout 8: Verschillende systemen door elkaar gebruiken
In je schuur ligt nog een restant leiding van je vorige klus en je denkt: dat gebruik ik wel. Probleem is dat je nu verschillende systemen door elkaar gaat gebruiken. Een Uponor-fitting op een Wavin-leiding, of een meerlagenbuis van het ene merk koppelen aan fittings van een ander merk.
Ook al lijken de afmetingen hetzelfde, de toleranties en specificaties kunnen verschillen. Bij perssystemen is dit vooral kritisch. Wavin Tigris fittingen hebben een ander persprofiel dan bijvoorbeeld Uponor. Gebruik je de verkeerde combinatie, dan lijkt de verbinding goed maar is de afdichting niet gegarandeerd.
Blijf binnen één systeem voor je hele installatie. Moet je toch overstappen, gebruik dan de juiste overgangsstukken die door beide fabrikanten zijn goedgekeurd. Improviseren kan je later duur komen te staan.
Fout 9: Leidingen blootstellen aan vorst
Je legt netjes je leidingen aan, maar vergeet dat de kruipruimte of buitenmuur 's winters kan bevriezen. Bevroren leidingen barsten en veroorzaken enorme waterschade zodra het weer dooit. Zelfs binnenmuren kunnen in onverwarmde ruimtes bevriezen.
Leidingen die in niet-verwarmde ruimtes lopen, moeten worden geïsoleerd. Gebruik isolatiemateriaal dat geschikt is voor de diameter van je leiding en voor de temperaturen die kunnen voorkomen. In extreme gevallen moet je zelfs verwarmingskabel overwegen.
Leg leidingen ook nooit aan de buitenzijde van de muur in een spouw of direct tegen een koude muur. Houd ze zoveel mogelijk aan de warme kant van de isolatie. Bij buitenkranen moet je een vorstvrije kraan gebruiken of een afsluitkraan binnen hebben waarmee je de buitenleiding kunt leeglaten.
Fout 10: Verkeerde gereedschap gebruiken
Probeer je een meerlagenbuis te snijden met een Stanley-mes of een ijzerzaag? Dan krijg je geen rechte, schone snede. Het resultaat is een scheef of uitgerafeld uiteinde dat niet goed in de fitting past. Je verbinding wordt nooit goed dicht, hoe strak je ook aanhaalt of perst.
Investeer in het juiste gereedschap. Een buizensnijder voor de maat leiding die je gebruikt, een ontbramer, en bij perssystemen natuurlijk een geschikte perstang. Die perstang hoef je niet te kopen - veel bouwmarkten verhuren persgereedschap per dag.
Ook bij schroefdraadverbindingen is het juiste gereedschap belangrijk. Een verstelbare moersleutel is prima, maar een pijptang geeft je meer grip op ronde fittingen zonder ze te beschadigen. En gebruik altijd twee sleutels bij het aandraaien - één om de fitting vast te houden en één om aan te draaien - anders draai je de hele installatie mee.
Beste keuze: Yato handperstang
Voor kleinere installatieklussen is de Yato handperstang U-profiel voor 16, 20 en 25 mm een slimme investering. Deze compacte perstang werkt zonder stroom en is geschikt voor de meest voorkomende leidingdiameters in woningen. Met de drie meegeleverde bekken kun je direct aan de slag. Het is een betaalbaar alternatief voor wie niet regelmatig perst maar wel betrouwbare verbindingen wil.
Extra tips voor een succesvolle installatie
Nu je weet wat er vaak misgaat, nog een paar praktische tips die het verschil maken. Plan je werk vooraf en teken je leidingloop uit op papier. Tel uit hoeveel fittings, bochten en rechte stukken je nodig hebt en koop altijd tien procent extra - beter te veel dan terug naar de winkel.
Werk systematisch. Begin bij de hoofdleiding en werk naar de aftappunten toe. Monteer alle verbindingen voor je de leidingen definitief vastzet, zodat je eventuele aanpassingen nog kunt maken. En test tussentijds - niet alleen aan het eind - zodat je problemen vroeg opspoort.
Documenteer je werk. Maak foto's van je leidingloop voordat je alles afwerkt. Als je over een paar jaar ergens moet boren of sleuven, weet je precies waar je leidingen lopen. Noteer ook welk systeem en welke maten je hebt gebruikt - dat maakt toekomstige uitbreidingen een stuk makkelijker.
Houd je aan de regels. Voor drinkwaterleidingen gelden eisen aan materialen en werkwijze. Gebruik alleen gecertificeerde leidingen en fittingen die geschikt zijn voor drinkwater. Bij twijfel over grotere aanpassingen schakel je een erkend installateur in, zeker als het om je hoofdleiding gaat.
Veelgestelde vragen
Kan ik verschillende merken persfittingen combineren? Nee, dat is geen goed idee. Elk merk heeft eigen toleranties en persprofielen. De verbinding lijkt misschien goed, maar de afdichting is niet gegarandeerd. Blijf binnen één systeem of gebruik goedgekeurde overgangsstukken.
Moet ik altijd ontbramen na het snijden van een leiding? Absoluut. Een braam beschadigt O-ringen, vermindert doorstroming en kan lekkages veroorzaken. Met een ontbramer ben je binnen vijf seconden klaar per leiding - sla deze cruciale stap nooit over.
Welke drukklasse heb ik nodig voor huishoudelijk gebruik? Voor normale huishoudelijke installaties is PN10 voldoende. Bij hogere waterdruk of combiketels met hoge retourdruk kies je voor PN16. Check altijd de specificaties van je situatie.
Hoe lang moet ik een dichtheidstest laten lopen? Minimaal één uur bij 1,5 keer de werkdruk. Bij grotere installaties of wanneer je leidingen ontoegankelijk wegwerkt, laat je het systeem 24 uur onder druk staan voor zekerheid.
Kan ik gewone PE-buis gebruiken voor warm water? Nee, standaard PE-buis is niet geschikt voor hogere temperaturen. Gebruik PEX-leiding of meerlagenbuis die specifiek is ontwikkeld voor warm water en hogere temperaturen kan weerstaan.